Het beroep van biezensnijder

Het beroep van biezensnijder

Biezensnijders gingen er in de zomer, vlak na de langste dag, op uit om groene biezen te oogsten, als de groei van de biezen was gestopt. Vóór eind augustus moesten alle biezen binnen gehaald zijn. Er kon dus maar over een periode van ongeveer 7 weken gesneden worden. Het was zwaar werk. Met lange lieslaarzen of een laarsbroek stonden de mannen de hele dag in het vaak koude water.

In deze periode verdienden de biezensnijders relatief veel geld. Nadat de biezen met een versleten riethaak waren gesneden en tot bossen waren gebonden, werden de biezen naar de biezenwei gebracht om te drogen. Na een paar weken waren de biezen geschikt voor het vlechten van matten en vloerkleden, zittingen en rugleuningen van stoelen. Omdat het snijden altijd in de zomer gebeurde, hadden de mannen veel last van muggen en andere insecten. Daarom smeerden ze hun gezicht vaak in met modder. Net als griendwerkers, rietsnijders en vissers bleven zij ook door de week in de Biesbosch.