Deltawerken maken einde aan rietcultuur

Deltawerken maken einde aan rietcultuur

Rietsnijder in de Biesbosch

Ten tijde van eb en vloed, dus voor de Deltawerken en de afsluiting van het Haringvliet, groeide er in de Biesbosch een soort riet dat vijf meter lang kon worden. Dat riet werd vaak gebruikt in zinkstukken, waarin veel riet werd verwerkt.

In tegenstelling tot biezen was riet snijden een winterklus. Daarom verdienden veel rietsnijders in de zomer de kost als landarbeider. Het riet moest ieder jaar worden gesneden, ook al was de opbrengst slecht. Een jaar overslaan betekende dat het perceel het volgende jaar slechte kwaliteit leverde. Spreeuwen waren de grootse vijanden van de rietsnijders. Een rietstengel knakte als eens spreeuw er op neerstreek. De vogel schrok, vloog op en streek neer op de volgende stengel waar zich hetzelfde ritueel afspeelde. Zo kon een kolonie spreeuwen in korte tijd een heel perceel om zeep helpen. Rond de vogeltrek in september en oktober, als grote concentraties spreeuwen overvlogen, ging de rietteler met een aantal mannen naar de rietgorzen om de vogels met veel lawaai te verjagen.

Er werd vanaf 15 november, na de eerste nachtvorst, tot 1 april riet gesneden. Het riet werd na het oogsten op een schelf gezet om te drogen en per rietaak afgevoerd. Sinds het wegvallen van eb en vloed is er bijna geen rietproductie meer.