Dordrecht kocht Papendrecht

Dordrecht kocht Papendrecht

Een oude ansichtkaart van het Veer tussen Papendrecht en Dordrecht.

Sinds de Sint-Elisabethsvloed van 1421 lag Dordrecht op een eiland en dus was de stad alleen over water te bereiken. Veren (vooral die op Zwijndrecht en Papendrecht) waren dan ook van levens­belang voor de stad en bovendien buitengewoon winstgevend.

Oorspronkelijk had Dordrecht geen verbinding met Papendrecht, eenvoudig omdat ze er niet tegenover lag. Het grondgebied van de stad reikte niet verder dan de Mariënbornstraat, daarach­ter lag Heer Daniëlsambacht, een deel van de heerlijkheid Merwede.

Heer Daniëlsambacht had wel een pont naar Papendrecht varen. In 1604 kocht Dordrecht voor 38.000 gulden het ambacht van jonkheer Wessel van Boetselaer en werd daarmee automatisch de eigenaar van het halve veer op Papendrecht.

Het halve veer, want de Dordtse veerlieden mochten alleen passagiers naar de andere oever brengen en moesten leeg terug­varen. Het vervoeren van goederen en passagiers voor Dordrecht was een taak van de Papendrechtse boot.

Een kleine vijftig jaar later legde Dordrecht op Papendrechts grondgebied een veerdam met steiger aan om de passagiers beter van dienst te kunnen zijn. Vanzelfsprekend mocht alleen de Dordtse boot daar gebruik van maken.

In 1745 maakte de stad een einde aan deze merkwaardige toe­stand (die overigens ook bij het Zwijndrechtse veer bestond) door gewoon de hele Heerlijkheid Papendrecht te kopen van Joanna Onderwater. Niet omdat Dordrecht nu zo geïnteresseerd was in het boerendorp aan de overkant, maar alleen voor het veer. Dordrecht betaalde er 45.000 gulden voor.

Ruim 120 jaar bleef het dorp Papendrecht eigendom van Dordrecht. In 1865 deed Dordrecht het voor slechts 11.380 gulden van de hand, inclusief de Heerlijkheid Matena. De veerrechten, het Veerplein, de Veerdam en een stukje grond waarop trasmolen De Ruiter stond, werden evenwel niet verkocht. Papendrecht zelf was voor Dordrecht dus van geen enkele waarde.

Door die verkoop ontstond de merkwaardige situatie dat midden in Papendrecht een gedeelte eigendom was van Dordrecht. Niet dat dit veel consequenties voor de bewoners had, want belas­tingen moesten gewoon aan de gemeente Papendrecht worden betaald.

Ook verkeersovertredingen werden beboet door de plaatselijke koddebeier. Het onderhoud van de straat werd door Papendrechtse gemeenteambtenaren verricht. De rekening ging keurig naar de andere zijde van de Merwede. Alleen de bomen en de straatlan­tarens werden door Dordrecht zelf geplaatst en onderhouden.

Pas op 11 april 1968 gaf Dordrecht ook dit laatste gedeelte van Papendrecht terug. Twee jaar daarvoor was de brug over de Merwede gereed gekomen en de Merwestad had geen enkel belang meer in de bezittingen aan de overkant van de rivier. Het roemrijke Papendrechts veer werd een voetveer en verpacht aan een particulier bedrijf.