Dordrecht Wijnstad

Dordrecht Wijnstad

Tot het einde van de 17de eeuw was de wijnhandel de belangrijkste bron van inkomsten voor de stad Dordrecht. Zelfs de burgemeester van Dordrecht verklaarde het in 1584: De wijnhandel is het principaalste middel van ’t welvaeren der voorzegde stede Dordrecht.

Die omvang van de handel in wijn had Dordrecht te danken aan het beroemde stapelrecht. In 1299 bepaalde graaf Jan I dat alle wijn die vanuit Duitsland de Rijn afkwam, eerst in Dordrecht uitgeladen moest worden en acht dagen ter verkoop moest liggen. Pas daarna mocht de wijn eventueel weer ingeladen worden en verder verkocht.

Vanzelfsprekend wemelde het in Dordrecht van de wijnkopers, kuipers, factors (vertegenwoordigers van handelaren in het buitenland) en sledenaars die de wijnvaten vervoerden. Bijna elk huis tussen het Groothoofd en het Scheffersplein had wijnkelders. Maar ook op de rivier voor Dordrecht werd handel gedreven. Er waren in de stad te weinig pakhuizen om de wijn op te slaan en dus bleef veel wijn gewoon in de schepen.

Na de overslag werd de wijn weer vervoerd. Dordrecht was in de 14de en 15de eeuw waarschijnlijk de grootste wijnimporteur en exporteur van Europa.

In de 18de eeuw liep de wijnhandel terug door door verbeterde botteltechnieken. Het was goedkoper de wijn in het land van herkomst in flessen te doen en rechtstreeks naar de consumptielanden te vervoeren. Na 1795 was het helemaal afgelopen. De Franse bezetters schaften het stapelrecht af. Wijnhandelaren waren niet meer gebonden aan Dordrecht en trokken weg. Wat bleef waren de wijnkelders; maar wel leeg.