Griendwerkcultuur door de jaren heen

Griendwerkcultuur door de jaren heen

Vroeger werden er in de Biesbosch honderden hectaren griend onderhouden. Het afkomende hout gebruikte men voor verschillende doeleinden: hoephout (voor de vaten), gereedschapsstelen en gehakt rijshout werd verwerkt in zinkstukken.

Voor 1970 was de Biesbosch in feite een cultuurgebied; talloze mensen verdienden er hun brood in de griend-, biezen- of rietcultuur. Het lange riet werd voor de afsluiting in 1970 jaarlijks met de riethaak (een sikkelvormig mes) gesneden. Na 1970 verdroogden de rietgorzen en kregen woekeraars zoals haagwinde de overhand.

In de Biesbosch wordt nog maar op enkele plaatsen riet gesneden. Het merendeel van de rietgorzen van weleer maakt een verruigingsproces door. Tegenwoordig onderhouden diverse instanties in de Biesbosch nog zo’n 20 tot 25 hectare griend.

Hier en daar zijn in het terrein nog de op heuvels staande griendketen te vinden, waarin voorheen de griendwerkers huisden. Aan de Zuidhollandse kant van de Biesbosch bevinden zich nog zogenaamde getijdengrienden; grienden die bij eb en vloed nog steeds beurtelings leeg- of volstromen.