Wielen

Wielen

Om de bevolking van de regio veilig te laten wonen werd vanaf de twaalfde eeuw dijkaanleg wat grootscheepser aangepakt en vanaf de veertiende eeuw was het hele rivierengebied bedijkt. Dit wilde echter nog niet zeggen dat de bevolking veilig achter de dijken woonde. Dijkdoorbraken en overstromingen waren meer regel dan uitzondering. Na een dijkdoorbraak bleef de waard daarna soms jaren onder water staan. Deze dijkdoorbraken waren niet alleen het gevolg van hoog water in de rivieren. Veel doorbraken ontstonden door kruiend ijs dat de dijken vermorzelde.

Veel van die dijkdoorbraken zijn tegenwoordig nog in het landschap terug te zien in de vorm van wielen, die in de Alblasserwaard vaak walen worden genoemd. Wielen zijn door de kracht van het water ontstaan, op de plek van de dijkdoorbraak. Het gat (het wiel) aan de binnenkant van de dijk werd zo diep uitgeschuurd door de kracht van het water dat op die plek geen nieuwe dijk kon worden gelegd. Sommige wielen zijn van oorsprong wel vijftien meter diep geweest. Daarom werd de nieuwe dijk in een bocht rond het gat gelegd. Dat kon binnendijks gebeuren (meestal), maar ook als er plek was aan de rivierkant. De misschien grappige ogende kronkelende dijken in het landschap betekenden ooit dus rampspoed en ellende. De meertjes achter de dijken zijn nu vaak natuurparadijsjes, maar eigenlijk zijn het de littekens van de drama’s die zich hier hebben afgespeeld.

Niet alle dijkdoorbraken zijn nog zichtbaar. Als er niets aan wordt gedaan, vult veen het uitgespoelde gat weer langzaam op. Veen vormt de basis voor andere begroeiing en na tweehonderd jaar staat het wiel droog en is het niets meer dan een bosje in het landschap.

Wielen worden tegenwoordig cultuur-historisch zo gewaardeerd dat ze in stand worden gehouden door ze uit te baggeren en zo te voorkomen dat ze ‘verlanden’. Andere wielen blijven door natuuronderhoud juist een dorado voor vogels en andere dieren.

Langs de ringdijk rond de Alblasserwaard zijn nog een aantal wielen te zien. Het Lammetjeswiel bij Alblasserdam is waarschijnlijk het grootste, nu nog 200 bij 100 meter. Het ontstond bij een doorbraak in 1373. Nu is het Lammetjeswiel een recreatieplas, waar wordt gezwommen en gevist. Vlak bij het Lammetjeswiel zijn nog twee dijkdoorbraken te zien. Het Rijzenwiel en Oosteromsewiel.

Ook Papendrecht heeft een aantal wielen (walen).Het Groet Wiel ligt onder de brug over de Beneden-Merwede. Een klein eindje verder is een inmiddels verdwenen wiel, maar de grote fraaie bocht verraadt dat hier eens een buitendijkse waterplas is geweest.

Ook Sliedrecht heeft in het verleden waterellende gehad en dus nog een paar overblijfsels van de doorbraken. De dijk kronkelt er mooi om een watertje dat weinig origineel maar treffend De Wiel wordt genoemd.

Ook het Eiland van Dordrecht telt een flink aantal wielen die vreemd genoeg bijna geen van alle een eigen naam hebben. Vooral langs de Wieldrechtse Zeedijk eiste het water zijn tol. Voor wie het weet zijn er meer dan zes wielen te zien die bijna allemaal rond 1715 ontstonden. Ongetwijfeld de mooiste is het wiel bij de Alloyzenhoeve.