Waskaarsen

Waskaarsen

De aanbesteding van dijkwerken ging in de zestiende eeuw vaak op een bijzondere wijze, bij uitgaande waslichten. Zolang een waskaars brandde kon een dijkwerker een bod doen. Ging de kaars uit, dan was de laatste bieder aannemer, terwijl de voorlaatste het strijkgeld ontving. Dat noemde men toen rantsoen. Was men aannemer geworden, dan moest men op de bepaalde tijd het werk aanvangen en zich geheel gedragen naar de aanwijzingen van de opdrachtgever.