Zalmvisserij in Papendrecht

Zalmvisserij in Papendrecht

Papendrecht was in 1690 vermaard is om zijn zalmvisserij. De eerste melding over de visserij in Papendrecht werd gedaan in 1514, daarin wordt als belangrijkste middel van bestaan de visserij genoemd. Papendrecht heeft dan ca. 300 inwoners en 50 haardsteden, andere beroepen waren voermannen/ schippers voor vervoer van passagiers en vracht over land en via de rivier, boeren en dijkwerkers.

In een akte uit 877 wordt een eerste melding gemaakt over de visserij op de rivier de Merwede. Daarin schenkt de bisschop van Utrecht de visrechten van de rivier de Merwede aan de abdij te Nijvel. De bewoners van Papendrecht en verder langs de Merwede kwamen er al gauw achter, dat vis een belangrijke handelswaar was: gedroogde vis of verse vis werden veel gebruikt tijdens de vele vastendagen die de rooms katholieke kerk voorschreef op een vastendag mocht men geen vlees eten maar wel vis

Verse vis zoals zalm, werd ook graag gegeten door de hoge heren. Zo ontstond er een goede bijverdienste voor de boer en werd vissen een beroep. In 1325 was het gedaan met de vrije handel in vis en was men vanuit Papendrecht verplicht zijn vis te koop aan te bieden in Dordrecht, dat in 1325 het stapelrecht voor de visserij had gekregen. De visrechten werden hoog ingeschat door de kerk, de graaf en de landeigenaren.

De zalmvisser was een volwaardig beroep geworden, dat je als boer er niet zomaar meer bij kon doen.